Skip to the main content

Competitiereglement

Inhoud:
A. Competitiereglement
B. Gedragsregels
C. Statuten

COMPETITIEREGLEMENT: B.C.  Roken Pas

  1. 1. Aanvang sessies:
    Maandag avond: 19.30 uur
    en woensdag middag: 13.30 uur.
    U dient 10 minuten voor aanvang aanwezig te zijn.
  2. Aantal spellen:
    Maandag avond 28 spellen; woensdag middag 24 spellen.
    In bijzondere gevallen kan hiervan afgeweken worden door de wedstrijdleider.
  3. Afberichten:
    Deze dienen te geschieden in het daarvoor bestemde register bij de wedstrijdleider. Telefonische afmeldingen (niet per E-mail) dienen zo spoedig mogelijk te geschieden, op:

Maandagmiddag: uiterlijk om 11.00 uur bij Bep van Klaveren 0229-233709. (wedstrijdleider is Wim Gorres 0229-234808)

Maandagavond: uiterlijk om 17.00 uur bij Mirjam van Schaik 0229-504749. (wedstrijdleiders zijn: Gert Tuin 0229-245438 en Kees de Lange 0228-562374)

Woensdagavond: uiterlijk om 17.00 uur bij Greet Petiet 0229-273465.
(wedstrijdleiders is: Fred Couvee 0229-232215.  Wim Gorres valt in indien nodig)

  1. Verhindering:
    Bij verhindering van een van de partners, wordt de andere partner (zonder afmelding) geacht te spelen met een gelegenheidspartner, te bepalen door de wedstrijdleider. Deze streeft daarbij zoveel als mogelijk naar een gelijkwaardige, vervangende partner, zonodig na overleg.
  2. De systeemkaart:
    Deze is verplicht voor alle spelers! Deze wordt aan de speeltafel, duidelijk ingevuld, op voorhand en zonder enig commentaar overhandigd aan de tegenspelers. Blanco systeem-kaarten zijn bij de wedstrijdleider verkrijgbaar indien voorradig.
  3. De spelregels
    De spelregels voor wedstrijdbridge zijn onverkort van toepassing. Bij een sprongbod is de stopregel van kracht. De alerteerregeling 2009 (zie alerteerwijzer) is van toepassing. Deze regels worden in de gedragsregels behorende bij dit reglement, waar nodig nader toegelicht.
  4. Indeling competitie:
    De indeling in de competitie geschiedt in lijnen naar speelsterkte in de volgorde: A, B, C, D, etc. De wedstrijdleider streeft naar ongeveer gelijke groepen van in beginsel 14 paren. Het aantal deelnemende paren is daarbij echter doorslaggevend. Indeling van 8 paren of minder op een speelavond moet daarbij zoveel als mogelijk worden vermeden.
  5. Promotie/Degradatie:
    Er promoveren/degraderen op basis van de einduitslag van iedere cyclus in principe steeds de bovenste 3- respectievelijk de onderste 3 paren. De wedstrijdleider kan, i.v.m. de groeps-grootte van dit aantal afwijken. Dit moet dan op de eerste avond van de cyclus worden medegedeeld of tussentijds, indien dat noodzakelijk is geworden.
  6. Eindscore:
    Na de laatste avond van een cyclus wordt de eindscore bepaald door het gemiddelde te nemen van de in die cyclus behaalde scores. De plaats in de lijn aan het eind van die cyclus is bepalend voor de indeling in een hogere of lagere lijn bij aanvang van de volgende cyclus, zoals bij de promotie/degradatieregeling is bepaald.
  7. Indeling in andere lijn:
    Indien nodig kan de wedstrijdleider het hoogst geplaatste paar van een lijn (eventueel paren) in de naast hogere lijn indelen. Indien er geen “topparen “ aanwezig zijn, kan hij/zij bij uitzondering anders beslissen. Als score geldt dan de behaalde score op die middag/avond. Hetzelfde geldt voor het laagst geplaatste paar van een lijn (eventueel paren) die, indien nodig, in de naast lagere lijn ingedeeld kan worden. Als score voor de betreffende cyclus geldt dan de behaalde score op die middag/avond. Het paar dat aldus in een hogere c.q. lagere lijn speelt kan in overleg met de wedstrijdleider, van te voren aangeven of er alsdan buiten mededinging wordt gespeeld. Zo ja dan wordt de score berekend alsof het paar afwezig is.
  8. Afwezigheid:
    Bij de eerste keer afwezigheid van een paar, krijgt dat paar een score gelijk aan de eigen gemiddelde score die uiteindelijk is behaald in die cyclus, voor zover het paar wel aanwezig is geweest.
    Bij de tweede keer het eigen gemiddelde, minus 5%.Bij de derde en alle volgende keren, het eigen gemiddelde minus 10%. (NB: De computer geeft dit van week tot week cumulatief weer) Bij afwezigheid van één der partners krijgt men de score, behaald door de wel aanwezige partner die door de wedstrijdleider, overeenkomstig dit reglement, gekoppeld is aan ‘n gelegenheidspartner. Voor de promotie/ degradatieregeling tellen de voor het paar aldus genoteerde scores, ongeacht hoe vaak het paar in die cyclus heeft samengespeeld.

11a. Buiten mededinging (BM):
Een paar kan aan de wedstrijdleider verzoeken of men een hele cyclus als paar BM kan spelen. Daarbij worden twee vormen van BM onderscheiden:

1e) De overmachtsituatie:
Uitsluitend in geval van ziekte, van werk of van familie omstandigheden. Dit in overleg met de wedstrijdleider voor één cyclus. In overleg met het bestuur en de wedstrijdleider kan besloten worden dat dit geldt voor meerdere cycli in de competitie. Deze beslissingen kunnen zowel voor als achteraf worden genomen, doch wel tijdig in verband met de indelingen van de competities.

2e) In alle andere situaties dan 1e, waarbij 50% of meer van de sessies binnen een cyclus niet zal worden gespeeld. In overleg met de wedstrijdleider kan dit slechts eenmaal per competitie. Hierop bestaat geen uitzondering.

  1. Nieuwe leden:
    Nieuw tot de club toegetreden paren en nieuw in de club gevormde paren worden door de wedstrijdleider ingedeeld in de lijn waar deze volgens zijn/haar inzichten qua speelsterkte thuishoren.
  2. Competities:
    De club kent enkele soorten competities:
    a) De wintercompetities voor de maandagmiddag-, de maandagavond- en de woensdagavondsessies. Om in aanmerking te komen voor het Winterkampioenschap telt het totale gemiddelde percentage van de wintercompetities behaald in de A-lijn, waarbij ook steeds in die lijn moet zijn gespeeld en voor minimaal 75% van de speelavonden samen.
  3. b) De individuele zomercompetities op de maandag- en woensdagavond, volgens het “ladder” principe.
  4. c) een of meerdere nog nader vast te stellen andere vormen van competities.
  5. Arbitrage
    In geval van arbitrage aan tafel. dient men de beslissing van de arbiter te accepteren. Aan tafel gaat men niet in discussie met de arbiter. Indien men het oneens is met de beslissing van de arbiter kan een paar binnen 30 minuten na afloop van de sessie, een protest indienen. Het protest wordt steeds door de wedstrijdleider via het bestuur, voorgelegd aan een commissie van 3 arbiters, samen te stellen door het bestuur. Dit, inclusief uitspraak op protest, dient te geschieden binnen een cyclus.
  6. De Technische Commissie:
    De TC, of bij diens afwezigheid een door het bestuur aan te wijzen wedstrijdleider, stelt uiterlijk in de maand augustus van ieder jaar, het schema op van alle competities, incl. drives en eventuele andere bridge-activiteiten.

 

 

  1. GEDRAGSREGELS, behorende bij het competitie-reglement van Roken Pas

 

  • Tijdens de zittingen gelden een aantal gedragregels t.b.v. een ordelijk verloop. Bij niet naleving daarvan kan de wedstrijdleider, waar dat is aangegeven, tot max. 5% de score van betrokkenen verminderen. Dit ter beoordeling van de wedstrijdleider, in overleg met betrokkene(n).
  • Iedereen behoort ongeveer tien minuten voor de aanvang van de sessie* aanwezig te zijn in de speelzaal en haalt zo snel mogelijk het loopbriefje op van de wedstrijdtafel en neemt plaats aan de toegewezen speeltafel met de daarbij behorende spellen.
  • Bij de aanvang van iedere sessie dienen de spellen geschud te worden. Dit is pas toegestaan als beide paren zijn vertegenwoordigd aan tafel. Er mag echter NIET worden begonnen met spelen voordat de wedstrijdleider daartoe het signaal heeft gegeven.
  • Alle spelers zijn steeds verantwoordelijk dat de juiste spellen(juiste spellen op tafel, juiste windrichting) worden gespeeld. Let daarbij ook op de diverse lijnen.(A, B, C en D). Het niet correct nakomen van deze regel kan aanleiding zijn tot een scorestraf van 5% voor alle verantwoordelijke spelers(paren). Bij een voldongen situatie. bv. er zijn verkeerde spellen gespeeld wat later/te laat wordt geconstateerd kan het zelfs leiden tot het niet mee tellen van die betreffende speelronde.
  • Het invullen/intoetsen van scorebriefje of bridgemate wordt door de NOORD-speler gedaan. De OOST-speler controleert dit en deelt de reeds ingevulde scores mee aan de spelers. Alle spelers moeten ervoor zorgen dat deze procedure juist gebeurd. Bij hiaten in het invullen/intoetsen kan de wedstrijdleider beslissen voor beide paren het betreffende spel niet mee te tellen in de eindscore.
  • Een kaart die gespeeld wordt, moet voor iedere speler duidelijk zichtbaar op tafel worden gelegd.
  • De linker tegenstander van de (vermoedelijke) leider komt uit met de beeldzijde van de kaart naar beneden. Alle andere kaarten die daarna gespeeld worden dienen direct, met de beeldzijde naar boven, voor zich op tafel te worden gelegd.
  • Wanneer is een kaart gespeeld? Hier is artikel 45 van de Spelregels onverkort van toepassing. In vogelvlucht betekent dit dat:
    1. Door tegenspelers: een kaart is gespeeld als de beeldzijde van de kaart door de partner gezien zou kunnen zijn. Dit ter beoordeling van de wedstrijdleider, maar in principe is dit steeds het geval als de betreffende kaart de hand geheel en al heeft verlaten. Steeds de WL waarschuwen!
    2. Door de leider: De kaart is gespeeld als deze met de beeldzijde naar boven zo wordt gehouden dat deze de tafel raakt of nagenoeg raakt, of als deze zo wordt gehouden dat wordt aangegeven dat de kaart is gespeeld. Ook hier bij geschillen steeds de WL waarschuwen.!!
    3. Door de blinde(dummy): een kaart van de blinde moet worden gespeeld, als ze opzettelijk door de leider is aangeraakt, anders dan om deze te rangschikken of een kaart onder of boven de aangeraakte kaart te bereiken. De blinde is steeds verantwoordelijk dat de kaarten goed gesorteerd worden neergelegd.
  • Iedereen draagt er zorg voor dat de kaarten na het spel op de juiste manier worden teruggebracht in de boards.(N-O-Z-W).
  • Alle spelers aan tafel zijn verantwoordelijk dat binnen de vastgestelde tijd de spellen gespeeld zijn.
    Per ronde van vier spellen is dertig minuten beschikbaar. Op de maandagavond zijn, ingevolge een besluit in de ALV, 28 minuten beschikbaar.
    Het tempo van bieden en spelen moet erop gericht zijn om dit haalbaar te maken.
    Bij het eerste kloksignaal (vijf/zes minuten voor het einde van de ronde) moet met het laatste spel zijn begonnen.
    De twee minuten extra tijd is alleen bedoeld om van tafel te wisselen. Tijdens het wisselen mag er dus niet meer gespeeld worden.
    De wedstrijdleider kan betrokkenen waarschuwen indien deze tijdregel niet wordt nageleefd. Bij herhalingen mag hij een scorestraf van 2,5% geven.
  • Nakaarten, tussen of tijdens de spellen, dient niet plaats te vinden. Dit is eventueel slechts toegestaan na afloop van de speelronde binnen de vastgestelde tijd van die speelronde.

Daarbij mag slechts op gedempte toon worden gesproken. Alle spelers gedragen zich dusdanig dat er geen lawaaioverlast ontstaat.

Tijdens de spelrondes betracht iedereen STILTE, ook als men eerder met spelen klaar is.

  • Het uit de boards nemen van de kaarten van de tegenpartij en van de partner is absoluut verboden. Geschiedt dit toch, dan vervalt het recht van ’n eventueel, voorgenomen protest.
  • Zoals ook in de officiële Spelregels voor wedstrijdbridge is opgenomen, is het ongeoorloofd geven van informatie over de spellen of de hand, in welke vorm dan ook, ABSOLUUT verboden. Dit druist in tegen iedere bridge-etiquette.

Ook het lang nadenken over een bod en dan passen kan reglementair onder ongeoorloofde informatie worden gerangschikt.

  • Bij alle geconstateerde onregelmatigheden(Spelregels voor wedstrijdbridge), fouten van welke aard dan ook en geschillen over de gang van zaken (competitiereglement en gedragsregels), moet de wedstrijdleider steeds worden gewaarschuwd. Deze mogen niet zelfstandig worden gecorrigeerd.
    Dit is bedoeld en nodig om een juiste en eerlijke gang van zaken te waarborgen, niet alleen voor de direct betrokkenen aan tafel, maar juist ook t.o.v. alle andere deelnemers.

Het aan tafel roepen van de arbiter(wedstrijdleider) is dus absoluut geen onsportief gedrag t.o.v. de tegenstanders en mag nooit leiden tot enige rancune.

  • Uiteraard zijn de Spelregels voor wedstrijdbridge onverkort van toepassing. Binnen onze vereniging zijn het competitiereglement en deze gedragregels aanvullend bedoeld voor de goede gang van zaken.
    Deze mogen niet in strijd zijn met de Spelregels.
  • In het competitiereglement en de gedragsregels wordt onder Sessie of Zitting verstaan: de maandagmiddag zitting van 24 spellen en de maandag- en woensdagavond zittingen van 28 spellen. Vijf/zes of meer sessies/zittingen vormen een Cyclus.

De technische commissie of een aangewezen wedstrijdleider stelt ieder jaar, uiterlijk in de loop van augustus, het schema van de cycli en andere wedstrijden/drives vast. Dit uiteraard in overleg met het bestuur.

  • Alerteerregeling 2009: alerteren is bedoeld om u te helpen bij het aan de tegenstanders uitleggen van uw biedafspraken en -gewoonten.

De partner van degene die een bieding doet die, volgens de regeling, gealerteerd moet worden (in principe alle conventionele biedingen), attendeert de tegenstanders hierop door het tonen van de alertkaart of door op de tafel te kloppen wanneer er geen biddingboxes zijn.

Desgevraagd wordt uitleg gegeven over die bieding. Het verdient aanbeveling om de alerteerregeling 2009, die nog steeds van kracht is, eens aandachtig door te lezen.

  • Stopregel: Deze regel is van toepassing na ieder sprongbod en wordt gedaan door het op tafel leggen van de stopkaart of door bij het doen van het bod “STOP” te zeggen wanneer er geen biddingboxes zijn. Dit voordat het eigenlijke sprongbod wordt gedaan.

Deze stopkaart moet enige tijd (ongeveer tien seconden) op tafel blijven liggen, waarna deze weer in het bieddoosje wordt gestopt. Na het wegnemen van het stopkaartje moet de LinkerTegenstander(=LT) weer verder bieden.

De stopregel is bedoeld om:

a.) het sprongbod aan te kondigen en aan alle spelers aan tafel duidelijk te maken dat het sprongbod geen vergissing van de betreffende bieder is, en

b.) om vervolgens aan de LT de gelegenheid te geven om over de betekenis van het sprongbod na te denken. Deze denkpauze is verplicht.

Alhoewel de LT verplicht is deze denkpauze in acht te nemen, moet de partner van de sprongbieder vervolgens ongestraft een denkpauze van ongeveer 10 sec. inlassen, als deze(LT) dit verzuimt te doen.

Daartegen kan dan geen bezwaar worden gemaakt. Aan deze stopregel moet invulling worden gegeven. De LT dient ongeveer 10 sec. te wachten met het doen van zijn/haar bod. Deze denkpauze wordt echter wel “geregeld door de stopbieder”, die na enige tijd, maar ongeveer 10 sec, het stopkaartje opbergt.

Dus deze niet meteen weer opbergen!! Deze 10 seconden is een redelijke lange denktijd. Normaal kan een lange denktijd ongeoorloofde informatie verstrekken aan partner indien daarna wordt gepast. Dit zou in strijd kunnen zijn met de Spelregels.

De stopregel voorkomt dat bij een sprongbod. De stopregel is opgenomen in het Biddingbox reglement, appendix bij de Spelregels. Daarin wordt gesproken van: “na enige tijd” In de praktijk is dit ongeveer 10 seconden geworden.

  • De speler die aan de beurt is om te bieden legt zijn/haar biedkaarten voor zich op tafel. De tekst is daarbij gericht naar het midden. Ze worden van links naar rechts in een rij geplaatst en overlappen elkaar gedeeltelijk. Alle biedingen moeten daarbij in de juiste volgorde zichtbaar blijven.
  • Bij het bieden mogen de biedkaarten in de biddingbox pas worden aangeraakt als besloten is welke bieding wordt gedaan. “NIET ROMMELEN” met de biedkaarten dus. Dit kan ongeoorloofde informatie verschaffen.
  • Een bieding is gedaan als het biedkaartje uit de biddingbox is gehaald met de dusdanige bedoeling hiermee te bieden. (Let hierbij vooral ook op het vorige punt uit deze gedragsregels).
  • Iedere speler heeft het recht om het bieden nogmaals goed te bekijken als het bieden is afgelopen. (Na de afsluitende derde pas).

Desgevraagd laat iedereen de neergelegde biedkaarten op tafel liggen totdat dit is gebeurd.

Zijn de biedkaarten opgeborgen, dan heeft bij de eerste slag, iedere speler het recht om mondeling de gehele bieding te verkrijgen ALS hij/zij aan de beurt is om bij te spelen.

 

 

 

  1. Statuten Roken Pas:
Doorlopende tekst van de statuten van Roken Pas, gevestigd te Hoorn, zoals deze zijn komen te luiden na de akte van statutenwijziging, verleden voor notaris N.J. van Duin, te Hoorn op twee en twintig februari negentienhonderd vier en negentig.

Artikel 1: Naam en plaats vestiging.
De vereniging draagt de naam: Roken pas en is gevestigd te Hoorn.

Artikel 2: Oprichtingsdatum en verenigingsjaar.
De vereniging is opgericht op vijf en twintig mei negentienhonderd vier en tachtig voor onbepaalde duur. Het verenigingsjaar loopt van een januari tot en met een en dertig december.

Artikel 3: Doel en Middelen.
1. De vereniging heeft ten doel het bridgespel te beoefenen volgens de regels van de Nederlandse Bridge Bond.
2. Zij tracht het gestelde doel ondermeer te bereiken door:
a. het organiseren van en deelnemen aan competities en wedstrijden
b. deel uit te maken van de Nederlandse Bridge Bond
c. deel uit te maken van de organisatie van het district waartoe de vereniging naar indeling van de Nederlandse Bridge Bond behoort

Artikel 4: Leden.
1. De vereniging kent gewone leden en leden van verdienste.
2. Gewone leden zijn natuurlijke personen die als lid zijn aangenomen.
3. Leden van verdienste onderscheiden zich van gewone leden doordat zij in hun kwalificatie zijn benoemd door de Algemene Vergadering als nader omschreven, uit erkentelijkheid voor hun verdienste voor de vereniging.
4. De leden zijn verplicht om alle ruimten, die tijdens spelsessies en vergaderingen in de speellocaliteit door de vereniging in gebruik zijn, vrij te houden van tabaksrook.

Artikel 5: Bestuur en benoeming tot bestuurslid.
1. Uit leden is een bestuur gevormd van tenminste vijf personen die door de Algemene Vergadering als zodanig zijn benoemd.
2. Tot benoeming als bestuurslid kan ieder lid, mits meerderjarig, worden voorgedragen door het bestuur of door drie niet-bestuursleden.
3. Een kandidaat-bestuurslid verbindt aan zijn kandidatuur de toezegging om met toewijding en naar beste vermogens in het belang en tot genoegen van de leden de vereniging mede te besturen.

Artikel 6: Bestuursfuncties en besluitvorming van het bestuur.
1. De bestuursleden die de functie van voorzitter, secretaris, penningmeester en wedstrijdleider bekleden dienen als zodanig door de Algemene Vergadering te zijn benoemd, met dien verstande dat bij een in de loop van een verenigingsjaar ontstane vacature het bestuur tot de eerstkomende Jaarlijkse Algemene vergadering als nader genoemd een plaatsvervanger kan benoemen.
2. Een bestuurslid kan meer dan één, doch niet meer dan twee functies bekleden.
3. Van het verhandelde in elke vergadering van het bestuur worden door de secretaris, of bij diens afwezigheid door een van de andere bestuursleden, notulen opgemaakt die door de voorzitter geratificeerd dienen te worden.
4. Van een door het bestuur genomen besluit is, overeenkomstig de wet, het oordeel van de voorzitter over de totstandkoming en de inhoud van het besluit beslissend.

 

 

 

Artikel 7: Einde bestuurslidmaatschap, periodiek aftreden en schorsing.
1. Elk bestuurslid kan te allen tijde door de Algemene Vergadering als bestuurslid geschorst of ontslagen worden.
Een schorsing die niet binnen drie maanden gevolgd is door een besluit tot ontslag, eindigt door het verloop van die termijn.
2. Elk bestuurslid treedt uiterlijk drie jaar na zijn benoeming af volgens een door de bestuursleden in onderling overleg opgesteld rooster, doch is herkiesbaar.
Een tussentijds benoemd bestuurslid neemt op rooster de plaats in van zijn voorganger.
3. Een bestuurslidmaatschap eindigt voorts door het overlijden van of bedanken door het bestuurslid of door het eindigen van zijn lidmaatschap van de vereniging.

Artikel 8: Bestuurstaak en vertegenwoordigen.
1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de vereniging.
2. Zolang het aantal bestuursleden niet beneden drie is gedaald blijft het bestuur tot de eerstkomende Jaarlijkse Algemene Vergadering bevoegd.
3. Het bestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door daartoe aangewezen leden.
4. De vereniging wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bestuur en bovendien door twee gezamenlijk handelende bestuursleden onder wie tenminste de voorzitter of de secretaris of de penningmeester.

Artikel 9: Toelating tot lid.
1. Het bestuur beslist over aanvragen om toetreding tot de vereniging.
2. Bij afwijzing van een aanvraag kan de Algemene Vergadering alsnog tot toelating besluiten.

Artikel 10: Ledenregister.
Het bestuur houdt een register bij van de namen en adressen van de leden.

Artikel 11: Einde van het lidmaatschap.
1. Het lidmaatschap eindigt door:
a. overlijden van het lid;
b. opzegging door het lid;
c. opzegging door het bestuur van de vereniging. Deze opzegging kan geschieden indien naar het oordeel van het bestuur het lidmaatschap van een persoon het belang van de vereniging op ontoelaatbare wijze schaadt en/of betrokkene handelt in strijdt met de statuten, reglementen of besluiten van de vereniging;
d. royement door de Nederlandse Bridge Bond.
2. Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan geschieden per een door het lid bepaalde datum, schriftelijk alsook mondeling aan de secretaris.
Contributie blijft verschuldigd tot de eerstkomende contributievervaldatum, tenzij het bestuur, oordelend naar billijkheid, een eerdere datum vaststelt.
3. Opzegging door het bestuur geschiedt schriftelijk en per de datum van verzending van de desbetreffende mededeling.
4. Van een besluit tot opzegging van het lidmaatschap door het bestuur staat de betrokkene binnen een maand na de ontvangst van de kennisgeving beroep op de Algemene Vergadering open.
Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst en uitgesloten van deelname aan activiteiten van de vereniging, met dien verstande dat het het recht heeft om op de eerste Algemene Vergadering aanwezig te zijn vanaf het tijdstip van in behandeling nemen van zijn beroep en bij verwerping ervan tot het tijdstip waarop de behandeling van het beroep is geëindigd.

Artikel 12: Geldmiddelen.
De geldmiddelen van de vereniging bestaan uit een reeds gevormde som, uit contributies van de leden en uit eventuele andere baten

 

 

Artikel 13: Algemene Vergadering.
1. Aan de Algemene Vergadering komen alle bevoegdheden die niet door de wet of door de statuten aan het bestuur zijn opgedragen.
2. Elk jaar wordt in de maand februari of uiterlijk in de maand maart een jaarlijkse Algemene Vergadering gehouden.
In deze vergadering komen als punten van behandeling ondermeer aan de orde:
a. het jaarverslag van de secretaris, het financieel verslag, het verslag van de kascommissie als genoemd in artikel 14 en het verslag van de wedstrijdleider;
b. notulen van de voorgaande Jaarlijkse Algemene Vergadering ;
c. het voorzien in vacatures;
d. het benoemen van een kascommissie voor het komende verenigingsjaar;
e. voorstellen van het bestuur en van leden zoals aangekondigd bij de oproeping ter vergadering.
3. Andere Algemene Vergaderingen worden gehouden indien het bestuur of tenminste vijf van de overige leden dat nodig oordelen, in het laatste geval binnen drie weken nadat een zodanig schriftelijk verzoek, met vermelding van het/de te behandelen onderwerpen(en) aan het bestuur is gedaan.
Blijft het bestuur dienaangaande in gebreke, dan kunnen de verzoekers zelf overgaan tot het beleggen van een Algemene Vergadering, waarbij eventuele kosten ten laste van de verenigingskas kunnen worden gebracht. De vergadering wijst uit haar midden een notulist aan.
4. Het benoemen van een lid van verdienste kan geschieden op voordracht van het bestuur of drie leden.

Artikel 14: Verslagen, begroting, rekening en verantwoording.
1. het bestuur brengt op elke Jaarlijks Algemene Vergadering over de gang van zaken in het afgelopen jaar verslag uit, overlegt een financieel overzicht betreffende het afgelopen jaar en een begroting voor het komende jaar.
De wedstrijdleider overlegt de vergadering ter goedkeuring het programma voor de komende onderlinge competitie en het daarop van toepassing zijnde reglement.
2. De Jaarlijkse Algemene Vergadering benoemt uit haar midden een kascommissie van twee leden die geen deel uitmaken van het bestuur. De commissie heeft tot taak de financiële administratie voor het komende verenigingsjaar op deugdelijkheid te onderzoeken en op de eerstkomende Jaarlijkse Algemene Vergadering verslag van haar bevindingen te doen.
3. Een lid van de kascommissie mag ten hoogste twee achtereenvolgende jaren in functie blijven.
4. Het bestuur is verplicht aan de commissie alle door deze gewenste inlichtingen te geven, haar de kas te tonen en inzage te geven in alle bescheiden en andere zaken het financieel beleid betreffende, die de commissie voor een juiste vervulling van haar taak van belang acht.
5. De kascommissie kan te allen tijde door de Algemene Vergadering door een nieuw te benoemen kascommissie vervangen worden.
6. Het bestuur is verplicht de bescheiden als bedoeld in lid 1 van dit artikel tenminste tien jaar lang te bewaren.

Artikel 15: Bijeenroeping voor een Algemene Vergadering.
1. Oproeping aan de leden voor Algemene Vergaderingen geschieden door het bestuur en wel schriftelijk door overhandiging of toezending van de desbetreffende mededeling met inachtneming van een termijn van tenminste vijf dagen.
2. Bij de mededeling worden de te behandelen onderwerpen vermeld en de stukken gevoegd.

Artikel 16: Bijwoning van de Algemene Vergaderingen en stemrecht.
1. Recht op bijwoning van de Algemene Vergaderingen hebben alle leden, uitgezonderd op wie artikel 11 lid 4 van toepassing is.
2. Ieder ter vergadering aanwezig meerderjarig lid heeft één stem.
3. Een niet ter vergadering aanwezig stemgerechtigd lid kan een ter vergadering aanwezig stemgerechtigd lid schriftelijk gemachtigd hebben zijn stem uit te brengen.
4. Een lid kan slechts één ander lid ter vergadering vertegenwoordigen.
5. Een stemgerechtigd lid heeft stemrecht over zaken die zijn/haar bloedverwanten in rechte lijn, zijn/haar echtgeno(o)t(e) of zijn/haar partner samenwonende partner aangaan.

Artikel 17: Voorzitterschap en notulen.
1. De Algemene Vergaderingen worden geleid door de voorzitter of bij diens afwezigheid door een ander door het bestuur in onderling overleg aangewezen bestuurslid.
2. Van het verhandelde in elke Algemene Vergadering wordt door de secretaris of bij diens afwezigheid door een ander door het bestuur in onderling overleg aangewezen bestuurslid notulen gemaakt die door de notulist dienen te worden ondertekend en door de voorzitter geratificeerd.

Artikel 18: Besluitvorming van de Algemene Vergadering.
1. Het ter Algemene Vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter dat door de vergadering een besluit is genomen is beslissend.
2. Wordt onmiddellijk na het uitspreken van een in het vorige lid bedoeld oordeel de juistheid ervan door drie of meer stemgerechtigde leden betwist, dan vindt een nieuwe stemming plaats indien de meerderheid van de ter vergadering aanwezige stemgerechtigde leden dat verlangt.
Door een nieuwe stemming vervallen de eventuele rechtsgevolgen van een vorige stemming.
3. Voor zover deze statuten of de wet niet anders bepalen worden alle besluiten genomen met een gewone meerderheid van stemmen.
4. Over personen wordt schriftelijk, over zaken mondeling gestemd.
5. Bij het staken van de stemmen personen betreffende beslist het lot.
6. Bij het staken van stemmen betreffende een zakelijk voorstel is het voorstel verworpen.

Artikel 19: Statutenwijziging.
1. In de statuten kunnen op geen andere wijze veranderingen worden aangebracht dan door een besluit van de Algemene Vergadering waartoe is opgeroepen met de mededeling dat wijzigingen volgens het voorgestelde concept zullen worden voorgesteld.
2. De statuten mogen geen bepalingen bevatten die onverenigbaar zijn met de statuten en reglementen van de Nederlandse bridge Bond en/of met die van de organisatie van het district waartoe de vereniging behoort.
Dit lid mag nimmer gewijzigd worden zonder schriftelijke toestemming van en op aangegeven tekst van de Nederlandse Bridge Bond.

Artikel 20: Ontbinding.
1. De vereniging kan niet anders ontbonden worden dan door een besluit van de Algemene Vergadering, genomen met tenminste tweederde van de stemmen.
2. Bij een besluit tot ontbinding benoemt de Algemene Vergadering voor de vereiste afwikkeling van zaken twee leden, die gehouden zijn binnen twee maanden na vorengenoemd besluit in een laatste Algemene Vergadering van de bij het besluit van ontbinding nog lid zijnde personen rekening en verantwoording af te leggen.
3. Een batig saldo zal worden besteed op de wijze zoals door de laatste Algemene Vergadering bepaald wordt; bij een nadelig saldo zijn de bij het besluit van ontbinding nog lid zijnde personen verplicht in gelijke delen het tekort aan te zuiveren.

Artikel 21: Huishoudelijk reglement.
1. De Algemene Vergadering kan bij Huishoudelijk Reglement nadere regels vaststellen over zaken waarin de statuten niet voorzien.
2. Wijzigingen in een Huishoudelijk Reglement kunnen alleen geschieden bij een besluit door de gewone meerderheid van stemmen door de Algemene Vergadering op voorstel van drie of meer stemgerechtigde leden.
3. Een Huishoudelijk Reglement mag niet in strijd zijn met de wet – ook niet waar die geen dwingend recht voorschrijft – met deze statuten en reglementen van de Nederlandse Bridge Bond en met die van de organisatie van het district waartoe de vereniging behoort.
Dit lid mag nimmer gewijzigd worden.

 

Andere artikelen

competitiereglement

COMPETITIEREGLEMENT Bridgeclub Roken Pas (per 01-01-2018)   Aanvang: speelmiddag 13.15 uur;...

15/02/2021 - Jaco van Beek

Uitslagen 2020

Gert Tuin heeft voor ons de uitslagen van de Stepbridge competities van 2020 verzameld en er...

28/01/2021 - RS

Overlijden Peter Schoenmaker

Het bestuur is vanmiddag op de hoogte gebracht van het overlijden na een kort ziekbed van ons...

21/11/2020 - Jaco van Beek